Zeven suggestieve vragen aan The Boney King of Nowhere

Zeven suggestieve vragen aan The Boney King of Nowhere

Hoffelijk en integer, zo gaat de Vlaamse Bram Vanparys door het leven. Als The Boney King of Nowhere maakte hij reeds drie platen, waarvan de laatste onlangs uitkwam. Reden om de singer/songwriter zeven suggestieve vragen te stellen.

Uw artiestennaam doet een getormenteerde troubadour vermoeden. Gaat u zo door ’t leven?

“Neen, wel als troubadour, maar niet getormenteerd. Reizen en muziek maken is voor mij de perfecte manier van leven. Wanneer je stilzit, of stilstaat, dán raak je juist bedroefd. Als ik een periode niet toer, raakt mijn geest in slaaptoestand en borrelen er dingen op die ik liever niet laat bovenkomen.

Dit voorjaar heb ik zelfs mijn management verzocht een toer voor mij te regelen zodat ik niet een hele tijd thuis zou zitten. Dat werd Italië. Een journalist zei eens prachtig: “toeren in Italië is geen haver voor je carrière.” Voor mij was het wel haver voor mijn geest.”

De mens is gemaakt om te wandelend te reizen. Dat tempo stelt je in staat je tocht ultiem te beleven. Alle moderne reismogelijkheden brengen een mens in verwarring; die snelheid is ongezond. Dat vindt u vast ook?

‘Zeer mee eens! Ik reis bij voorkeur met de wagen, omdat vliegtuigen en treinen me te snel gaan. Die tour door Italie: 7500 kilometer in drie weken. En ik probeer dan de snelwegen te mijden. Zoveel mogelijk via de binnenwegen. Kleine dorpkes, pinten pakken en het plaatselijke leven proeven: die talrijke beelden inspireren me.

’t Is niet voor niets dat mensen nog steeds pelgrimstochten maken, zoals die naar Santiago de Compostella. Die hypnotiserende manier van reizen, de rust en cadans van een voettocht…”

U past natuurlijk in het rijtje Leonard Cohen – Jackson C. Frank – Bob Dylan. Waarom wilt u zich daaraan niet ontworstelen?

“Ik zou niet durven zeggen dat ik in dat rijtje pas. Die mannen vormen de absolute top; daar kan ik mijzelf niet toe rekenen.

Ik voel niet de noodzaak muzikaal perse iets nieuws te maken. Mijn verhaal vertellen, dát is wat ik graag wil.

Veel eerder zou ik willen stellen dat ik een bepaalde traditie probeer voort te zetten.”

Vindt u ook dat uw nieuwe plaat, zonder al die muzikale opsmuk van eerdere albums, het meest recht doet aan uw artiest-zijn?

“Hmmm.., nee. Het verhaal van deze verzameling liedjes moest verteld worden door een stem en een gitaar. Meer niet. Eerder werkte ik met een volledige band; destijds was die vorm nodig.

Mijn artiest-zijn staat ten dienste aan de muziek. Niet andersom. Je zoekt tot je liedjes mooi zijn. Dat is mijn norm voor succes: dat tekst en melodie mooi zijn. Dan ben ik tevreden.”

Het lijkt nogal sterk dat u de plaat in één nacht in een huisje in het bos schreef. Waar komt dat verhaal vandaan?

“Het is waar. Sterker nog: acht van de negen liedjes heb ik in één nacht opgenomen! Zoals ze nu op de plaat staan. Ik ben een absolute tegenstander van knippen en editen van opnames. Er is niet aan gesleuteld.”

Vlamingen zijn ingetogen, vaak vals bescheiden en weinig dominant. Was u een Hollander geweest, hoe had uw plaat geklonken?

“Wel, ik voel me niet echt een Vlaming. Ik denk wel dat ik ingetogen ben. Als Nederlander had ik misschien een iets minder ingetogen album gemaakt. Maar vals bescheiden? Nee. Ik heb een zeer mooie nieuwe plaat gemaakt en daar ben ik zeer trots op. Daar ben ik niet bescheiden over.

En weinig dominant… Dat herken ik niet bij mezelf.”

De hedendaagse elektronische muziek is weinig ambachtelijk. Als u noodgedwongen met een artiest uit dat genre zou moeten samenwerken, wie zou dat zijn?

“Beach House! Absoluut. Da’s muziek die voor mij superveel emotie bevat. Vooral hun vorige plaat Teen Dream. Terwijl die toch glad en gepolijst is, bijna geen dynamiek kent en alle drum uit een computer komt. Maar de melodieën die Victoria Legrand schrijft en zingt, daarvan krijg ik tranen in de ogen. Elektro heeft zeker emotie. Het is de manier waarop het verhaal verteld wordt. In the end draait ’t om het verhaal.”