Tableau Marine

 

reymerswale
‘De roeping van Mattheus’ – Marinus van Reymerswale, ca. 1530′

 

Als herders en wijzen bij het kindeke Christus, zo hebben wij ons verzameld om het werk van Marinus van Reymerswale. En zoals de heilige Mattheüs op deze plaat werd geroepen door de fabuleuze heer J. van Nazareth, zo zijn wij geroepen om nu hier te zijn. Ik neem je mee op een zoektocht, een jacht naar de schat. Ik neem je mee in een verhaal, waarin, jawel, jíj de hoofdrol speelt. Een avontuur waarin jij de schatzoeker bent. “Wát is dan die schat?”, vraag je je af. Welnu, wij zien ons geconfronteerd met een raadselachtig schilderij. De tijd zette haar tanden erin, het speeksel van de Oosterschelde teisterde haar en mogelijk is haar ware aard hierdoor aan ons oog onttrokken. De vraag die zich opwerpt: wat proberen de beschadigingen voor ons te verhullen? Wat is het duistere geheim van dit werk? Het antwoord op die vraag, lieve mensen, dát is de schat die wij zoeken.

In deze zoektocht naar de schat, zien wij drie punten:

1. Het halve oog
2. Het kijkgaatje
3. Het oordeel

1. Het halve oog

Voor aanvang van deze reis vraag ik je nu beide handen voor de ogen te doen. Dat is om de blik te verfrissen, een slokje water voor de wijnproever, neutraliserend: noem het een nulmeting. Daar gaan we. Sluit de ogen en beide handen ervoor. Even staren we in het duister. Dan mag je nu de rechterhand naar beneden doen, maar de linker blijft daar. Dat is je ooglap. En daarmee val je direct in je rol in deze zoektocht: je bent een piraat. Niet van het onsympathieke soort dat de kusten van Somalië terroriseert, maar de piraat van de jongensboekenromantiek: piraterij als de edele kunst van het omruilen van kostbare spullen voor een ervaring van verlies of zelfs een langdurige doodservaring. Ik kies niet voor niets voor deze figuur. Jij en ik zijn beroofd van een volledig zicht op het werk van Van Reymerswale. Je bent een piraat en dat pik je niet. Ja, houd onderwijl die ooglap goed op de plek. Op een zandgeel eilandje sta je. In de lucht vliegen vogels van het formaatje albatros en ze koeren als duiven. Dat is opmerkelijk en ik zou wel willen dat het anders was, maar het is nu eenmaal zo. In de verte spartelen wat kinderen in het water. De kleine Marinus is onder hen. Wie is toch deze man? Werd hij als kind gepest? En, belangrijker nog: door wie werd hij als kind gepest? We weten het niet. Ik zou wel willen dat het anders was, maar het is nu eenmaal zo.

Daarmee is de kern van dit eerste punt geraakt. We zouden wel willen dat Marinus’ schilderwerkje niet zo kapot was, maar het is nu eenmaal zo. Ik zie je nu met een half oog naar me kijken, maar dat verandert niets aan het schilderij. ‘Met een half oog’, dat betekent zoiets als ‘iets zonder aandacht bekijken’. Je mag je ooglap weghalen en mijn woorden diep indrinken: kijk voortaan met meer aandacht naar de dingen. Ik herhaal: kijk voortaan met meer aandacht naar de dingen.

Is dat niet schattig? Het is in ieder geval een stukje van de schat die wij zoeken.

2. Het kijkgaatje

Nu maak je van je beide handen kokertjes. Houd ze als een verrekijker voor je ene oog en sluit het andere. Kijk er goed doorheen. Zo sta je op het zandgele eiland. Aan de kim, de horizon zie je een machtige driemaster varen. Het schuim aan de kiel, de gewaden van de aangetaste mannen op het schilderij wapperen als zeilen aan de mast en de bonnen uit de rechterhoek van het werk vliegen, in het midden gevouwen, als meeuwen om de schuit. Langzaam wordt de driemaster kleiner. Een stip.., een stipje… en dan onzichtbaar klein. Verdwenen. Uit het zicht. Maar, waarde toehoorders: dat wij dit schip niet meer kunnen zien, betekent niet dat ze er niet meer is! Aan een andere oever staan opgetogen menigten op haar te wachten! Zij zien een stipje, een stip en dan die machtige schuit steeds dichter naderen! Dat wij de oorspronkelijk beeltenis van Van Reymerswales werk niet meer zien, betekent niet dat die niet ergens is! Wat te denken van de punt die linksboven in het schilderij ontbreekt? Zal die niet glorieus pronken als kaboutermutsje op een kleutercollage? Of als snavel van een ooievaar op een kerstprent het goede nieuws van de geboorte van de roeper van de heilige Mattheüs kracht bijzetten?

Wat wij niet zien, kan er zijn! Wat wij zien, is niet alles! Dat mag ons bewust maken van de grenzen van ons eiland, dat mag ons nederige piraten maken, dát mag ons bepalen bij ons kleine kijkgaatje. Zo weinig te weten en dat van onszelf te weten maakt schátrijk. En: Hop! Daar is weer een deel van die schat die wij zoeken.

3. Het oordeel

Om je te confronteren met de spijkerharde realiteit van je eigen lel; dat laffe flapje onderaan de oren, mag je er even aan voelen. Vervolgens spreid je de hand, je mag zelf kiezen welke. Dan houd je die gespreide hand voor je ogen. Zo. Ik zet je nogal aan ’t werk, maar hopelijk zie je dat door de vingers. Ah, jawel. Als je zo naar de grote oceaan om je pirateneilandje heen kijkt, dan zie je dat de grote plas water nu verdeeld is in kleine plasjes in de kommetjes tussen je vingers. Om het grote geheel te bevatten, verdeel je het in kleine partjes. Zo wil ik inzoomen op een klein stukje doek van Marinus, namelijk de afbeelding van de heilige Mattheüs. Hoe heilig was hij werkelijk? Is het kantoor waarin hij zit niet de belichaming van centenpikkerij en oplichting? Is dat zijn heiligdom? Wat ik overigens niet bepaald een slimme woordkeus vind: heilig-‘dom’. Als we een oordeel zouden moeten vellen over de wereldgodsdiensten aan de hand van hoe we hier woorden aan geven, is het pleit snel beslecht: de een noemt zich het christendom, de ander het jodendom en dan is daar vervolgens de mo-slim. Maar dat terzijde. De roeper van Mattheüs zag zijn bedriegerij door de vingers. Het verhaal wil dat dit een levensveranderend effect had op de belastingboef. Dat geeft te denken. Het uitblijven van het oordeel, leidt tot beëindiging van de te veroordelen misstanden. Dat is op z’n minst interessant. Doe er je voordeel mee. Dat rijmt overigens op oordeel. Een lel, waar ik je zostraks aan liet voelen, is een deel van het oor. Een oordeel. Laten die twee flapjes onderaan je oren je eraan herinneren dat het uitblijven van het oordeel best leuk kan uitpakken. Een párel van een gedachte. Een mooi laatste ingrediënt van de schat die wij zoeken.

Verhip! We hebben nu een complete schat! Maar hebben wij die prangende vraag wel beantwoord? Over wat de beschadigingen van het schilderij ons proberen te verhullen? Ik denk van wel.

Ik laat je achter op je eiland. Met je oogkleppen, of ooglappen. Met je verrekijker. Die instrumenten heb je altijd bij je. Gebruik ze goed. En met die gespreide hand, zwaai ik naar je. Vaarwel. Ik laat je over aan de streken van Marinus van Reymerswale.