Fritzlar

Middenin de bossen bij Fritzlar, in het Noorden van Duitsland, staat een reusachtige driemaster. De middelste mast is geknakt en de buik van het schip vermolmd. Aangetast door zowel de tand des tijds als de vraag hoe in ’s hemelsnaam zo’n piratenvoertuig middenin het bos terechtkwam. Achterin de kajuit, waar in zeewaardiger tijden de kapitein kantoor hield, woont nu Fioris. Zijn haar is vlasblond, zijn ziel eenzaam en zijn hart gebroken.

Het zou een eenzame kerst worden voor Fioris. Zijn familie was hem al jaren vergeten. Hij zijn familie ook, dus in dat opzicht was het niet heel schrijnend. Wél schrijnend was het kerstpakket dat Fioris meekreeg van de fabriek waar hij een nul-uren-contract had. Het bevatte in ieder geval het basisingrediënt van ieder kerstpakket: een pak Melba-toast – met die onuitwisbare smaak van karton. Naast een boeketreeks-achtig blad met Duitse liefdesverhalen en cakemix, zaten er ook kleine bakjes kattenvoer in. De Gelukkige feestdagen-sticker bedekte echter de productinformatie. Dat maakte voor Fioris niets uit: de paté smaakte verrukkelijk. En ook al had hij het geweten; het was zijn eerste cadeau in járen en daarvan moest hij optimaal genieten.

De avond nadat hij zijn kerstpakket volledig had leeggeschranst werd hij met hevige buikpijnen wakker. De cakemix, die hij met water had aangelengd en gretig opgeslobberd, viel niet zo goed. Aan stuurboord braakte Fioris. En om ook zijn hoofd leeg te maken, besloot hij te gaan wandelen.

Op het karrenspoor vond hij een schriftje. Een voor dit verhaal belangrijk schriftje.

Op de voorzijde stond: Dingen die we niet weten.

Fioris haastte zich naar schip en barstend van nieuwsgierigheid begon hij te lezen. Het schriftje stond bol van geruchtmakende zaken. Zo beweerde de schrijver dat de heilige moeder Maria de nacht ná de onbevlekte ontvangenis de bètaversie van de morning after-pil had genomen. Het effect hiervan op de wereldgeschiedenis vermeldde het schriftje niet.

Ook vertelde de schriftschrijver over Bonifatius. Zegt die naam je iets?

Welnu, Bonifatius was een heilige die in de achtste eeuw na Maria’s onbevlekte ontvangenis en morning afterpil uit Engeland kwam, om de heidenen te bekeren.

In het jaar 723 hakte hij, in het bos waar nu Fioris woonde, een heilige eik om. Deze eik was een plek waar de Germanen hun goden aanbaden. En uitgerekend deze boom had Bonifatius omgehakt.

Tot zover de feitelijke geschiedenis. Het schriftje beweerde dat verontwaardigde bosbewoners de volgende dag naar het bos kwamen om de gewonde eik weer op te richten. Met het vernuft van een Egyptisch klussenbedrijf ten tijde van de bouw van de piramides takelden ze de machtige eik weer omhoog, legden een verband aan en

zorgden met zusterlijke liefde voor het heilige hout. Na twee kritieke weken leek de wond zich goed te herstellen. Per toerbeurt zorgden de bosbewoners voor de gewonde boom. Overdag goten ze overvloedig water op de omliggende aarde en ’s nacht sliepen ze met een arm om de herstellende stam.

Toen de nieuwe lente aanbrak, ontvouwden de takken blad van een ongekend frisgroen. Als iemand die, na hevig geheugenverlies, zeer gedetailleerd zijn levensverhaal vertelt, zó helder had de eik zich hersteld.

Fioris had ademloos gelezen. Blauw aangelopen en onthutst steunde hij tegen de mast van zijn huis. Deze boom uit het schriftje kénde hij! Het was de reusachtige eik die nog geen negen meter bij het schip vandaan stond. Een manshoogte van de grond had de stam een enorme bult, een litteken, hét litteken! Door zijn lijf sloeg adrenaline. Zijn gebroken hart sloeg op hol.

Op dit grootse kruispunt van de wereldgeschiedenis nam Fioris de verkeerde afslag. Hij boorde een gat in een van de rumvaten uit het ruim en dronk als een kameel na weken woestijn. Alsof zijn schip op volle zee voer, zwalkte Fioris door zijn woonboot. Meubels sneuvelden terwijl hij al zijn waxinelichtjes verzamelde om de heilige eik te verlichten. In een halsbrekende klimpartij voorzag hij de enorme boom van duizenden kleine kaarsjes. Het schouwspel was beeldschoon. Alles twinkelde, fonkelde en de volledige wereldbevolking droomde die nacht van de heerlijk verlichte boom. De Russen onder hun bontdekens, de schipbreukelingen in hun geïmproviseerde hangmatten, de Mexicanen tijdens hun siësta: allen droomden ze zalig van Fioris’ meesterwerk en iedereen werd later dolgelukkig wakker.

Ook Fioris sliep. Op een tak. Hoog in de eik.

Tijdens dat slaapje openden de sluizen van de hemel zich. Tijdens de val van wolk naar aarde, veranderden de regendruppels in een volk van vlokken en elegant als parachutisten, landden ze zacht op de grond.

Toen alle sneeuw gevallen was, viel Fioris. In de lijn loodrecht naar beneden zaten er wat takken in de weg. Fioris brak vele botten, maar onderwijl genas zijn gebroken hart volledig. Zijn eenzame ziel begon te bloeien als de eik na zijn ziekbed.

Engelen kwamen en zongen een liefdeslied, zó sereen en prachtig dat de eik acuut begon te bloeien. Door het ontvouwen van de bladeren, vielen de kaarsjes naar beneden en het kaarsvet op de stam vatte vlam. Het vuur vrat om zich heen. De top van de boom brak af en viel naar beneden. Deze reusachtige vuurbal deed ook de driemaster ontvlammen en de resten rum in het ruim en vaten buskruit veroorzaakten een explosief schouwspel.

Fioris, die inmiddels al in het hemelkoor was opgenomen en vrolijk meeneuriede, zag het regenbooggekleurde vuurwerk op aarde en van puur genot ejaculeerde hij. Zijn warme vlok viel naar beneden, belandde in het bos en smolt door het sneeuwdek om te eindigen op een eikeltje dat de herfst ervoor van de boom was gevallen.

Negen maanden later groeide er op die plek een beeldschoon eikenboompje. Door de onoplettendheid van een muilezel werd het boompje vertrapt onder zijn hoef. Dat valt het dier te vergeven, want op z’n rug torste hij een hoogzwangere vrouw mee. Ook Jozef had op de rug van het dier plaatsgenomen, want hij had zere voeten.

Blote kabouters uit een boek van Rien Poortvliet vonden een schriftje met daarin de ontstaansgeschiedenis van het kleine eikje. Ze takelden het boompje overeind, legden een verband aan en bleven voor het heilige houtje zorgen tot de volgende lente.

En zo herhaalt de geschiedenis zich. Let maar op. Over een jaar vieren we weer kerst.